Ongeveer 4 jaar geleden ging mijn toenmalige werkgever Bpost samenwerken Tata Consultancy Services voor hun afdeling informatica waar ik deel van uitmaakte. Er ging toen redelijk vlug een belletje bij mij rinkelen. TCS is namelijk de sponsor achter de organisatie van de marathon van New York. De natte droom van elke marathonloper.
Van zodra ik de kans schoon zag, heb ik dit dan ook ter sprake gebracht en via via ben ik in contact gekomen met de persoon die mij hiermee kon verder helpen (niet evident met Indiërs). Van in het begin was het mij duidelijk dat de marathon van New York te hoog gegrepen was, maar de marathon van Amsterdam behoorde wel tot de mogelijkheden. Van dan af aan was ik de SPOC voor de organisatie van de marathon van Amsterdam voor de medewerkers van Bpost. Hierbij leerde ik enkele bijzondere collega’s kennen waaronder Dirk Meersseman. Dirk is een gepassioneerd loper die al een 50-tal (!) marathons op zijn palmares heeft staan en ooit een ultra van 100 km uitgelopen heeft (nl. de dodentocht). Al redelijk vlug hadden wij afgesproken om samen eens een marathon te lopen (nog voor Amsterdam) en zo geschiedde het ook. In juni 2017 hebben wij samen de Great Breweries Marathon gelopen. Nadien hebben wij samen nog de marathon van Amsterdam, de marathon van Antwerpen, enz, enz, gelopen.

Op een dag ongeveer 2 jaar geleden, in de cafetaria van Bpost, kwam ter sprake dat Dirk nog een droom had. Hijzelf, West-Vlaming van oorsprong, droomde ervan om eens de kustlijn af te lopen.
Nooit verlegen om een uitdaging aan te gaan heb ik hier direct mee ingestemd. Niet wetende wat mij te wachten stond.

Vanaf toen had ik nog maar één doel: de Coast Run lopen. Ongeveer 70 km, van De Panne naar Knokke-Heist of andersom. Alleen, hoe moet je hiervoor trainen? Ik heb hiervoor informatie ingewonnen op het internet en wat bleek? Ik zou moeten opbouwen naar de 100 km/week. Hiervoor zou ik ook best 5 keer per week gaan lopen waarbij 6 keer in de laatste weken. 100 km / 5 is nog altijd 20 km (twee uur). Ik werkte dan wel maar 4/5, maar dit ging sowieso moeilijk worden. Maar dankzij corona en nadien de herstructureringen bij Bpost, waarbij ik mijn ontslag kreeg, heb ik hier wel tijd voor gevonden. Zo zie je maar: “alle nadeel hebt zijn voordeel” (dixit Johan Cruyff).

Nu moesten we nog een datum vinden. Omdat wij steeds in dezelfde richting gingen lopen moest de wind goed staan en om over het strand te kunnen lopen moest het laagtij zijn tijdens onze passage. Wij hadden ook berekend dat wij er ongeveer 10 uur zouden over doen. Dus liefst vertrekken wanneer het begon te dagen en aankomen voor valavond. Alles in acht genomen en na twee keer uit te stellen vanwege een blessure en het werk (voor Dirk), is het dan uiteindelijk 21 februari geworden.

Op de voorziene dag hadden wij afgesproken om 8u te Knokke-Heist. Al een prestatie op zich wetende dat dit anderhalf uur rijden is met de auto. We zouden een auto laten staan op de parking aan het station van Knokke-Heist en met de andere auto zouden wij dan naar De Panne rijden. Zo gedaan en rond 9u15 kwamen we dan aan in De Panne. Eerst nog iets tussen de kiezen steken want ik had niets meer gegeten sinds het ontbijt van 5u en dan waren wij vertrokken. Met meer dan twee kilo aan bevoorrading op onze rug was dit al een eerste beproeving. Twee liter water (waarschijnlijk niet genoeg, maar daar zouden wij wel een oplossing voor vinden onderweg), boterhammen voor ‘s middags, suikers en tucs (mijn geheim wapen om de zoutreserves op pijl te houden).
Na 500 meter was het al onze eerste stop, aan het Leopold I standbeeld, waar wij, na de obligate fotoschoot, officieel van start gingen.

De eerste twintig kilometers gingen vrij goed en hoewel wij ons voorgenomen hadden rustig van start te gaan, zaten we toch al aan een gemiddeld van onder de 6 min/km te lopen. Dit gingen wij niet kunnen volhouden. Vertragen en zelfs stukken wandelen door het mulle zand was de oplossing. Telkens er een dijk opdook, maakten wij hiervan dankbaar gebruik want altijd over het strand lopen is toch ook saai.

Rond kilometer 30 kwamen wij in Oostende aan en daar begon ik al problemen te ondervinden. Mijn benen voelden zwaar aan. Kwam het door het gewicht in mijn camelbak of hadden wij misschien te snel gelopen (6 min/km is toch niet te snel?). In elk geval, zo zou ik het geen 40 km meer uithouden. Of, was het misschien iets anders? Mijn maag gaf het antwoord door van zich te laten horen. Ik had gewoon een hongerklop. Een pauze dwong zich af. Ook tijd om het zand uit mijn schoenen te halen.

Na de pauze en na het eten van enkele boterhammen ging het lopen al terug stukken beter. We zouden nu niet meer stoppen voor we aan het Fort Napoleon waren aangekomen, aan de noordkant van Oostende en dus na de marathonafstand gelopen te hebben. Van Oostende ging het dan naar De Haan. Dit liep over een verhard pad van bijna 8 km. Dat was afzien, altijd rechtdoor precies zonder einde. Het was er ook druk. Wat ons wel een kick gaf, was dat wij al meer dan 50 kilometers gelopen hadden. Mijn eerste ultramarathon was nu een feit. Het werd nu hoog tijd dat we ergens een winkeltje vonden om onze voorraad water aan te vullen. Wij hebben de ganse dijk van De Haan afgelopen maar geen enkele open winkel bespeuren. Wel frietkramen, maar hier was het zeker 30 minuten aanschuiven (toch raar dat mensen op dit uur van de dag nog staan aan te schuiven voor een zakje friet). Niet direct een optie dus. Doorlopen dan maar. Op het einde van de dijk, aankomen aan de Windhaan, een watersportclub en dito clubhouse. Alles was natuurlijk dicht vanwege corona, maar achteraan was er een deur open en kwam er een bevallig persoon te voorschijn. Dit was onze kans. Na, nauwelijks aandringen, konden wij terug vertrekken met volle waterzakken. De volgende bestemming was Wenduine.

Volgen de lokale gids zouden wij al aankomen te Blankenberge. Van de mensen van de streek moet je het hebben hé. Na eerst Wenduine gepasseerd te hebben, kwamen we wel degelijk aan te Blankenberge. Nog één tussenstation te gaan en we zouden aankomen op onze bestemming. Het besef begon te groeien dat we het gingen halen. Ondertussen hadden we wel al bijna 60 km in de benen. Blankenberge was voor mij één zegetocht. Hier heb ik vroeger tijdens mijn puberjaren veel kattenkwaad uitgehaald en al de herinneringen van toen kwamen mij terug voor de geest.

Te Zeebrugge passeerden we langs de visveiling en de Westhinder en vervolgens kwamen we aan te Knokke-Heist. Het was nu bijna 18u en het begon te schemeren. Met de lichten van de haven van Zeebrugge op de achtergrond had dit wel iets speciaal. Hier namen we dan ook onze laatste foto’s. Vanaf daar was het doorlopen tot aan de finish. Nou ja, lopen? Het had meer weg van strompelen. Twee gehavende wrakken die over een desolate dijk strompelden. Nog vijf kilometer te gaan en onze ultra (mijn eerste) was binnen. Uitgerekend zou het uitkomen op 69 km. Maar zeg nu zelf, wie wil er 69 km gelopen hebben? Dus beslisten we samen om nog een ommetje te maken om zo aan de 70 km te komen. Het bleken er achteraf 71 te zijn. Wat duren die kilometers toch lang als je aan een gemiddeld tempo van 8 min/km loopt.

Uiteindelijk om 18u45 stonden we terug aan onze auto op de parking van het station van Knokke-Heist. Einde avontuur, einde droom van twee jaar. Nu vlug terug naar De Panne de andere auto ophalen en dan terug naar huis. Ik moest zien dat ik voor 22u terug thuis was want dan ging de avondklok in. Om 21u30 was ik terug thuis. Moe en voldaan. Maar mijn lichaam zat vol van de adrenaline en ik zou die avond pas laat gaan slapen. ‘s Anderdaags deed alles zeer maar ik nam het er graag bij. Dat is nu eenmaal de prijs die betaalt voor zo’n inspanning.

Nu dit alles achter de rug is, en na een maand van recuperatie, begint de de vraag zich op te dringen: wat wordt de volgende uitdaging? Dit smaakt naar meer. Na twee jaar dromen en dit tenslotte gerealiseerd te hebben gaapt er een leegte die moet worden opgevuld.

Wordt Vervolgd…

Getekend: Johan T. (H3O)

Johan.JPG

Categories: Uncategorized